Recht op schoon drinkwater

Vandaag heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het recht op toegang tot schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen verheven tot mensenrecht, zo vermeldt onder meer De Pers.

De berichtgeving in De Pers is verwarrend omdat het artikel vermeldt dat dit recht op wordt genomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), dat deze Verklaring niet bindend is en dat dit recht op schoon drinkwater geen internationaal recht is. De Universele Verklaring uit 1948 is wel degelijk volgens de meeste handboeken juridisch relevant, omdat de inhoud ervan tot gewoonterecht is geworden. De rechten die in de UVRM worden genoemd zijn zelfs uitgewerkt in de twee belangrijkste mensenrechtenverdragen, namelijk het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten en het Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten. Daarnaast is relevant dat, zonder de tekst van de resolutie te hebben gezien waarin de het recht op schoon drinkwater wordt verkondigd (nog niet op de VN website), vastgesteld kan worden dat de VN website in het persbericht hierover met geen woord rept over de UVRM.

Inhoudelijk gezien licht het recht p schoon drinkwater voor de hand. Het belang van schoon drinkwater voor hygiëne en gezondheid in het algemeen is evident. Daarnaast is water van oudsher een bron van conflict tussen volken en tussen staten. Klimaatverandering kan toegang tot drinkwater als potentiële bron van conflict nog belangrijker maken. Het probleem met dit recht en met andere mensenrechten die deel uitmaken van de categorie van economische, sociale en culturele rechten is dat de afdwingbaarheid ervan. Wanneer heeft een staat dit mensenrecht geschonden? De meeste rechten in deze categorie zijn zogenaamde inspanningsverplichtingen. De staat wordt geacht zijn best te doen, binnen de eigen mogelijkheden, om dit recht te vervullen. Met voldoende inspanning, maar zonder succes, kan een staat dus aan zijn verplichting hebben voldaan. Geen enkele staat kan al deze rechten als het recht op arbeid, gezondheidszorg en een toereikende levensstandaadr, ook vervullen. Het roept dan ook bij sommigen de vraag op of deze categorie rechten wel tot mensenrechten verheven moeten worden. Is de term 'recht' niet aan inflatie onderhevig?

Deze categorie van economische, sociale en culturele rechten staan vaak tegenover die andere categorie van burgerlijke en politieke rechten, zoals het recht op leven, meningsuiting en een eerlijk proces. Ze zijn formeel gelijk, maar er wordt altijd een aardige discussie gevoerd over de vraag welke categorie of welke rechten gaan nu voor, zijn belangrijker? Is het recht op een eerlijk proces wel zo relevant als je toch al doodgaat van de honger en ziekte? Deze discussie zal nog wel blijven woeden, maar het is de vraag of we het moeten zin als een strijd tussen mensenrechten.